Een beschouwing bij de opening van het Henry George & Edward Bellamy Instituut op 27 februari 2010 te Zevenaar.

Door: Paul Freriks.

 

De aarde is van God (zie Psalm 24),  het Gehele of de Natuur.

En die aarde is nimmer bedoeld voor een enkeling maar voor iedereen.

Henry George (1839-1897) verwoordde het zo “Er is een fundamenteel en onverenigbaar verschil tussen het eigendom van dingen, die het resultaat zijn van arbeid, en eigendom van land. Privé-eigendom is niet te verdedigen met argumenten van nuttigheid. De erkenning van exclusief eigendom op land is noodzakelijkerwijs een ontkenning van het recht op eigendom van producten door arbeid. Grond eigenaren kunnen nimmer aanspraak maken op schadevergoeding indien de samenleving er voor kiest haar rechten te herstellen” .

George schreef deze woorden in zijn hoofdwerk Progress and Poverty (Vooruitgang en Armoede) in 1879.

Ruim honderd jaar eerder spreekt Rousseau zijn befaamde woorden uit in het tweede deel van zijn “Vertoog over Ongelijkheid” (1755) Een klein gedeelte van het citaat kent u zeker, maar ik zal nu de gehele passage citeren: “De ware grondlegger van de burgelijke maatschappij was hij die als eerste een stuk grond omheinde, zich verstoutte te zeggen ‘Dit is van mij’, en onnozelaars trof die hem geloofden. Hoeveel misdaden, oorlogen, moordpartijen, ellende en verschrikkingen zouden het mensengeslacht niet gespaard zijn gebleven, als iemand toen de palen had uitgerukt of de gracht had dichtgegooid, en zijn medemensen had toegeroepen: ‘Luister niet naar deze bedrieger; jullie zijn verloren als jullie vergeten dat de vruchten van de aarde van iedereen zijn en dat de aarde van niemand is.”

Velen deelden de mening van Rousseau maar konden in tegenstelling tot Henry George geen vervolg aanbieden op hun stellingname. George deed dat wel en zeer uitvoerig. Hij werkte een ideologie uit die volgens hem de oplossing zou zijn van alle problemen. Aan de wortels der samenleving wordt het probleem aangepakt en gaat werken als een panacee van alle maatschappelijke kwalen. Een medicijn die alle problemen waar onze samenleving mee kampt oplost.

 (Die opmerking van hem zorgde voor veel kritiek van “wetenschappers”. Volgens hen is een panacee voor alle maatschappelijke problemen een contradictio in terminis of zelfs een contradictio explicita. Volgens zijn criticasters van het eerste uur was het namelijk per definitie wetenschappelijk onmogelijke stelling van George.)

 

Op het moment dat Henry George spreekt over gelijkwaardigheid vinden wij de aansluiting bij Edward Bellamy (1850-1898). Deze denker en ziener kreeg in 1887 een visioen, die hij opschreef en hem wereldberoemd zou maken. “Looking Backward” is het verhaal van iemand die in slaap valt en 113 jaar later wakker wordt en op zijn manier de wereld die hij dan aantreft beschrijft.

Hij beschikt over een enorm voorspellend vermogen. Zo geeft hij onder andere in 1887 aan in een wereld te leven met telefoon, radio, tv, internet en credit cards. In zijn boek geeft hij aan te streven naar een wereld waarin iedereen gelijk is en iedereen het goede voorheeft, hetgeen resulteert in een gelijke verdeling van rijkdommen. Een wereld zonder verspilling, zonder klassenonderscheid,  zonder geld, ambtenaren, reclame, legers, bankiers, handel, gevangenissen enzovoort. Kortom een ideale wereld een Utopia.

Hij wil dat bereiken door lokaal “wijze oudere mensen” lokale vertegenwoordigers voor een regering te laten kiezen. Een centralistisch gerichte overheid  die wist wat goed is voor “zijn volk”. Dit kan nu een tikkeltje naďef overkomen maar past bij een ongebreideld optimistische man als Bellamy.

Zijn boek kende meer dan een miljoen exemplaren, er kwamen in Amerika meer dan 600 Bellamygroepen en vooral Nederland was voor de oorlog in de ban van Bellamy: 87 plaatselijke afdelingen, met een eigen blad en in totaal 30.000 leden. Er zijn sterke aanwijzingen dat de populariteit in Nederland mede te danken was aan vele inspanningen van de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst die naarstig op zoek was naar een tegenhanger van de steeds groter groeiende NSB.

De oorlog bracht een einde aan de opkomst van de Bellamyaanse beweging. Dat lot trof  trouwens practisch alle bewegingen overal ter wereld.

Het denken van Bellamy lijkt op de werking van een vuurpijl. Een explosie van mooie kleuren die het uitdoven met zich mee draagt.

Maar dat doet niets af van de schoonheid van de kleuren.

Tijdgenoot van Bellamy was Henry George. Hij las de werken van Edward Bellamy en concludeerde: “Een luchtkasteel, met wolken als fundament”.. Voor een zeer praktisch en analyserende man als George was de keuze van Bellamy om de geestelijke dimensie als fundament voor zijn denken te nemen  in eerste instantie onverteerbaar.

Maar de lichtheid der wolken en de stevigheid van de grond hebben deze 2 mannen vandaag bij elkaar gebracht. Het was voor de Georgistische beweging de erkenning van de geestelijke invloed aller dingen en voor de Bellamyanen het inzicht dat veranderingen slechts mogelijk zijn met beide voeten op de grond.

 

Dames en heren, wat kunt u verwachten van ons Instituut:

  • De internationale component: We bouwen onze kontakten uit met het Heinrich Böll  Instituut in Berlijn, met onze vriendengroep in Finland onderleiding van de Finse staatsecretaris: Johanna SUMUVUORI, waarmee we met het Finse en een mede door Grondvest geďnitieerd ontwerp financieringsplan  Basisinkomen,  Europa zullen veroveren.
  • Voortzetting samenwerking Council of Georgist organisatios waar meer dan 100 groepen uit meer dan 65 landen zijn verenigd.

  • Een verdieping van de samenwerking met het Henry George instituut te New York waar we al een 50 jaar lid van zijn daar zij beschikken over de meeste expertise ten aanzien van cursussen en publicaties en toonaangevend zijn voor de Georgistische educatie op scholen in Amerika.
  • Een levende bibliotheek staat voor u allen ter beschikking.
  • Vele uitgegeven onuitgegeven brochures en zelfs hele boeken vragen erom uitgegeven te worden.>
  • We zullen lezingen en cursussen gaan aanbieden
  • Maar bovenal zullen we een nieuwe impuls gaan geven aan het gedachtegoed van Henry George en Edward Bellamy.
  • Denken opgenomen in socialistisch denken.
  • Mening George over Bellamy.
  • De  “geestelijke” bijdrage van Bellamy: Het onzichtbare zichtbaar maken en daarmee de aansluiting met het Georgisme.